| Keramist
Stan Linssen (1958) brengt jeugd door in zijn geboorteplaats
Tegelen, in een tijd dat de steen- en pannenfabrieken nog midden
in het dorp liggen. ‘Je kon er zo heen om er plakken klei op
te halen.’ ’s Morgens wordt hij gewekt door het geluid van
de kleitreintjes die vanaf de Heide de berg af komen rijden,
‘geladen met zand en klei, waar ‘broodjes’ klei, en pannen
van werden gemaakt.’ Niets wijst er dan nog op dat het
‘werken met klei’ uiteindelijk een belangrijk métier voor
hem zal worden. Dat komt pas naar voren in zijn studietijd.
Na de middelbare
school volgt hij de Pedagogische Academie waar hij de hoofdakte
Handvaardigheid haalt. Vervolgens meldt hij zich aan bij de TeHa
in Sittard, een breed georiënteerde lerarenopleiding waar hij
zowel kennismaakt met toegepaste kunst als met vrije vormgeving.
In de laatste richting is hij afgestudeerd, maar zijn kennis van
toegepaste kunst komt hem nog elke dag van pas in zijn huidige
werk als conservator bij het Limburgs Museum. ‘Ik spreek zowel
de taal van de vormgever als van de kunstenaar.’ |
 |